Cogito ergo sum


Wie mij als enige informatiebron neemt is een dwaas.

Wie mij als enige informatiebron neemt is een dwaas.

We schrijven zomer 2006 en columnist Meulenaere richt zijn vizier op Freya Van Den Bossche door herhaaldelijk te insinueren dat ze haar thesis niet zelf heeft geschreven. De actualiteit op de korrel nemen is nu eenmaal een belangrijke eigenschap van de pers in een democratisch land. Een kritische houding innemen en onbeschroomd een mening kunnen uiten hoort hier ook bij. Althans, dat is toch wat Meulenaere denkt over zijn taak als columnist. Maar niet iedereen is gediend met zijn gepeperde speculaties en als Meulenaere de integrale thesis online plaatst, is voor Van Den Bossche de maat vol en ze dient klacht in wegens laster en eerroof.

 

 “Ongegrond, onverstandig en vooral belachelijk”, meent Meulenaere die sinds 1991 bij Knack bedrijvig is in het schrijven van gevatte stukken. Maar bij het flirten met de journalistieke vrijheid komen er deontologische rechten en plichten kijken. Dat die bestaan weet Meulenaere, maar hij betwijfelt of er veel journalisten zijn die de richtlijnen kennen. Voor professor in de media-ethiek Leo Neels is het onaanvaardbaar dat iemand die beroepsmatig de journalistiek bedrijft de deontologische codes niet kent. “Ik kan mij voorstellen dat een journalist zich niet graag onderwerpt aan codes maar in een rechtstaat is dit alles behalve een correcte houding.” Meulenaere langs zijn kant rekent eerder op de eindredactie en de hoofdredactie die als filter tussen het schrijven en het publiceren zit om al te gewaagde uitspraken uit zijn columns te vlooien.“Eigenlijk is het eerder een collectief aanvoelen van wat kan en niet kan op een redactie, maar grenzen zijn er nauwelijks in satire. De belangrijkste elementen zijn de lezer en de stijlvorm zelf. Niet dat wat zwart op wit gedrukt staat, maar wel het juiste uitgangspunt zorgt voor een correcte indruk bij het lezen van een satirisch stuk. Bij satire moet uitgesproken blijken dat het om satire gaat en bij de lezer zou dan een belletje moeten rinkelen dat hij niks moet geloven van wat er instaat. De lezer moet een kritische houding kunnen innemen en ook ergens anders durven kijken. Wie mij als enige bron neemt voor zijn informatie dat is een dwaas.” 

De vraag is dan of insinuaties nog steeds onder satire gecategoriseerd kunnen worden als Meulenaere de thesis online plaatst om de lezers zelf te laten oordelen of  ‘een 22-jarige linkse studente, bovendien net moeder geworden en dus met andere dan academische besognes aan haar hoofd’, zelf de tekst geschreven heeft. “Het feit dat we de thesis online zetten is geen carte blanche voor de lezer om alles te geloven wat ik suggereer. Wat ik wél zeg is dat ze hun antennetje moet volgen en zelf moeten oordelen. Op dat moment had ik er al 10 keer allusie op gemaakt in de pers dat ik het zelf niet kon geloven. Vanuit socialistische hoek eisen ze dan dat als ik het blijf suggereren het maar moet bewijzen. Dus ik plaats de thesis online met de idee ‘lees het en oordeel zelf’. Ik heb dus nergens letterlijk geschreven ‘ze heeft het niet gemaakt’, en dat is een groot verschil”, aldus Meulenaere. Ook Neels onderstreept de relatie tussen hoe iets geformuleerd wordt en de aansprakelijkheid , maar hij wijst er wel op dat het de juridische beoordeling er niet gemakkelijker op zal maken, want “het gaat allemaal om de appreciatie van de tekst en de oorspronkelijke intentie van de schrijver wordt van  heel marginale waarde.”   Voor Meulenaere die zich vastbijt in zijn satirische vrijheid als een hond in een been kan er geen twijfel over bestaan dat het digitaliseren van de thesis gerechtvaardigd was, ook al werd het boeltje na welgeteld 4 dagen verwijderd. ”We hebben alles er af gehaald omdat er veel te veel klachten op kwamen. Op dat moment had haar advocaat Van Steenbrugge al aangekondigd dat hij klacht ging indienen. Op dat moment had de thesis online al 30.000 hits; wie het wou lezen die had het al gelezen”, vertelt een verzekerde Meulenaere.

Toch is het niet de eerste keer dat Meulenaere verwikkeld geraakt in een proces. In het verleden diende burgemeester van St-Truiden Ludwig Vandehove klacht in nadat hij meermaals door Meulenaere een bordeelschuimer werd genoemd.” In dat vonnis heeft de rechter duidelijk gesteld dat zeker een politicus kritiek moet kunnen verdragen en dat het recht op satire voor gaat. Eigenlijk zitten we nu met twee dingen. Enerzijds bestrijden we dat ik laster gepleegd zou hebben maar in die dingen die ik heb geschreven staat nergens letterlijk in dat ik dat beweerd heb, dus dat is zuivere satire. Anderzijds heb ik een tiental bewijzen in ondergeschikte orde waarmee ik zal aanvechten dat ze het niet zelf heeft geschreven. Ik heb getuigen en circumstantial evidence. Frank De Moor die de thesis heeft gemaakt is inmiddels overleden, maar alle krantenknipsels, de stelling die in haar thesis ontwikkeld wordt, gerechtelijke dossiers en vakliteratuur komen van hem. Je mag hulp krijgen, maar volgens mij is de verhouding in deze thesis 90 –10, maar je kan dat niet zeggen want he tvalt niet te kwantificeren. Verder zat Freya op het moment ze haar thesis moest schrijven, geïnterneerd in Zelzate. Dat staat zwart op wit in een verklaring van haar eigen moeder. Het belangrijkste argument is dat die thesis van A tot Z een aanklacht is tegen de Morgen, terwijl ze uit een socialistisch nest komt, die doet dat niet, uit eigen beweging kan het niet dat dat haar overtuiging is.”

Blijkbaar zit er toch een dubbele bodem aan de satirische tirade gericht op Freya. Volgens Professor Neels voert Meulenaere eerst contradictorisch genoeg aan dat men niks moet geloven van wat hij schrijft omdat het zuivere satire is, maar als later blijkt dat Meulenaere rotsvast overtuigd is van de waarheid evolueren we van een welles-nietes spelletje naar een ‘fatwa of vendetta’. “Meulenaere begint met satire, maar hij houdt het niet vol. Ofwel steek je satirischgewijs met iemand de draak en bedek je het vervolgens met de mantel der satire, ofwel ga je hard knokken dat wat je schrijft onderbouwd is met factueel goed controleerbare elementen. Maar je verbergen achter satire als je merkt dat je bewijslast te zwak blijkt te zijn, is ondermaats.” Naar Neels’ mening zal de jurist dan ook dwars doorheen deze dubbelzinnigheid kijken. Toch vreest de columnist de dag des oordeels op zijn minst en blakert van overtuiging dat beschuldigingen als laster dode letter zullen blijven aangezien de vrijheid van meningsuiting het volgens zijn redenering zal halen van de persoonlijke belangen van Van Den Bossche. “Ze proberen mij aan te vallen op dingen die ik nooit beweerd heb, ik heb enkel geïnsinueerd en dat is iets volledig anders. Voor zover ik weet werden alle columnisten steeds vrijgesproken als ze in een proces verwikkeld waren. Op één na, Herman Brusselmans  tegen An De Meulemeester met zijn boek ‘Uitgeverij Guggenheimer’, maar het is toch het recht van iemand om dingen te zeggen zoals ”jij hebt puitenogen”. Het recht om te beledigen bestaat, ongeacht of het dan goede smaak is of niet.“

Als zijn insinuaties bij de lezer een soort verboden ‘aha- erlebnis’ hebben opgewekt dan is het voor Meulenaere veeleer de lezer die een gebrek aan pragmatisch inzicht verweten moet worden dan de schrijver. Neels, die meent dat er een risicozone op de grens van de satire werd opgezocht heeft hier zijn eigen mening over: “wie op de grens gaat balanceren van een afgrond riskeert toch ook wel een voet over het ravijn te plaatsen.”

NELE VAN BOGAERT


No Comments Yet tot nu toe
Plaats een reactie



Plaats een reactie
Automatische regel en alinea afbreking, email adressen nooit getoond, toegestane HTML: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>